Dierentuinbeleid in ontwikkeling

Gepubliceerd op 29 oktober 2026 om 21:57

Wat dierentuinen nu al kunnen voorbereiden

Het kabinet wil het vergunningstelsel voor dierentuinen herzien. Minder onnodige administratie moet ruimte geven aan vernieuwing, terwijl instellingen die achterblijven worden aangespoord zich te ontwikkelen. Voor dierentuinen is dit een aanleiding om hun vergunning, beleidsstukken en dagelijkse uitvoering naast elkaar te leggen. De aangekondigde plannen worden nog uitgewerkt. [1, 2, 3]

Remco Walravens | ZooCO
Inhoudelijke peildatum 28 oktober 2026

 

De aangekondigde koers

In de op 12 oktober 2026 gepubliceerde visiebrief beschrijft staatssecretaris Silvio Erkens van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur zijn plannen voor een toekomstbestendige dierentuinsector. Volgens hem stimuleert het huidige vergunningstelsel vernieuwing onvoldoende. Vergunningen gelden voor onbepaalde tijd, terwijl juist instellingen die veranderingen willen doorvoeren nieuwe toetsing en administratieve lasten ervaren. [1, 2]

De herziening gaat verder dan vergunningverlening. Erkens wil ook beleid uitwerken voor dierenwelzijn, publieksinteracties, dierpresentaties, educatie, conservatie en veterinaire zorg. Voor het fokbeleid en de omgang met surplusdieren wil hij collectieplannen en een besliskader in regelgeving vastleggen. Ook de plaats van publieksinteracties wordt onderzocht. Daarbij noemt hij onder meer voeren, doorloopverblijven en aanraken tijdens presentaties. Een mogelijk verbod maakt deel uit van dat onderzoek. [2]

Die koers sluit aan bij de zienswijze De toekomst is er zoo van de Raad voor Dierenaangelegenheden. De RDA vraagt om dierwaardige huisvesting, aantoonbare resultaten bij educatie en soortbehoud en zorgvuldige, transparante ethische afwegingen. Het gaat daarmee ook om de vraag hoe een instelling haar keuzes onderbouwt en de resultaten ervan beoordeelt. [6]

De huidige vergunning blijft het uitgangspunt

De aankondiging van een nieuw stelsel verandert de bestaande vergunning niet vanzelf. De overheid vermeldt dat de plannen nog worden uitgewerkt. Voor een voorgenomen verandering blijven daarom de geldende regels en de eigen vergunning bepalend. [3]

RVO noemt verschillende situaties waarin een wijzigingsverzoek nodig is. Voorbeelden zijn het toevoegen van een diersoort, het veranderen van aantallen of geslachtsverhouding, het verplaatsen van dieren naar een ander verblijf en het bouwen of ingrijpend veranderen van een verblijf. Volgens RVO is daarvoor meestal vooraf toestemming nodig. Bij twijfel is afstemming met RVO de aangewezen stap. [4]

Bij de voorbereiding vraagt RVO om informatie over onder meer diersoorten, verblijven, medewerkers en het beleidsprotocol. Dat protocol omvat ook voedingsbeleid, diergeneeskundige verzorging, een noodplan, educatie en conservatie. De samenhang tussen die onderdelen is dus nu al relevant voor een dossier. [5]

Onderbouwen wat dieren nodig hebben

Bij de ontwikkeling van een verblijf horen zowel de beschikbare ruimte als de inrichting en het gebruik door de dieren te worden beoordeeld. De EAZA-standaarden van 2024 vragen om een complexe leefomgeving die past bij de soort, de groep en het individuele dier. Daarbij horen ook mogelijkheden om sociale conflicten te vermijden en zich aan de blik van bezoekers te onttrekken. [7]

Gemengde verblijven kunnen voordelen hebben, maar vragen volgens EAZA om een beoordeling vooraf en monitoring na introductie. Verwondingsrisico, onderlinge verhoudingen, mogelijke voedingsproblemen en ziekteoverdracht moeten daarin worden meegenomen. Ook moeten er voorzieningen zijn om dieren te scheiden. [7]

EAZA verlangt van haar leden bovendien welzijnsbeleid volgens het Five Domains-model en een programma voor welzijnsbeoordelingen. Daarmee kunnen bevindingen aanleiding geven tot gerichte verbeteringen. Deze verenigingsstandaarden gelden voor EAZA-leden; ze moeten worden onderscheiden van de Nederlandse wetgeving en de voorschriften van een individuele vergunning. [7]

Beginnen met een gerichte beoordeling

Mijn advies is om een voorgenomen verandering als vertrekpunt te nemen. Werk uit wat die verandering betekent voor de dieren, de mensen die ermee werken en de documenten die de werkwijze beschrijven. De volgende vragen helpen om dat concreet te maken.

  • Past de gewenste verandering binnen de bestaande vergunning, of is een wijzigingsverzoek nodig? Leg de vergunde situatie en het nieuwe plan naast elkaar. [4]
  • Hoe voorziet het verblijf in de behoeften van de betreffende dieren? Beschrijf de beschikbare ruimte, inrichting, sociale mogelijkheden en terugtrekplekken. [7]
  • Sluiten plattegronden, diergegevens en protocollen aan op het plan? Gebruik herkenbare verblijfsnummers en werk de informatie bij die door de verandering wordt geraakt. [5]
  • Wat verandert er in de uitvoering? Beoordeel de benodigde kennis van medewerkers, de verzorgingsafspraken en de aanpak van noodsituaties. [5]
  • Welke educatieve en conservatiedoelen ondersteunt de verandering? Bepaal vooraf hoe u de resultaten daarvan wilt beoordelen. [6]

Maak van de bevindingen een werkbare actielijst. Leg per aandachtspunt vast welke informatie ontbreekt, wie die verzamelt en welke afstemming nodig is. Bespreek diergeneeskundige onderdelen met de betrokken dierenarts en vergunningvragen met RVO. Zo ontstaat een onderbouwd plan waarmee medewerkers, adviseurs en beoordelaars verder kunnen.

Ondersteuning door ZooCO

Vanuit ZooCO ondersteun ik dierorganisaties bij het voorbereiden van vergunningdossiers, het opstellen en actualiseren van beleidsplannen en protocollen en vragen over verblijfsinrichting. Daarbij kijk ik hoe de dierinhoudelijke onderbouwing aansluit op de dagelijkse uitvoering.

Wilt u een verblijf veranderen, een dossier voorbereiden of uw beleidsstukken opnieuw bekijken? Neem contact op met ZooCO. Dan bespreken we welke vraag voorligt en welke ondersteuning daarbij past.